Lesbrief 8: leiderschap
Een leider moet ervoor zorgen dat de doelstellingen van de club, groepsleden en leider overeenstemmen! Leidinggevend gedrag is sterk afhankelijk van de situatie.
Leidinggevend gedrag bestaat uit twee componenten:
Taakgericht gedrag
Manier waarop je je bezig houdt met het aanleren van oefenstof. Men maakt duidelijk wat er gedaan moet worden, hoe, waar en wanneer. Deskundigheid is hiervoor het sleutelwoord.
Relatiegericht gedrag
Manier waarop men met elkaar omgaat. Het sleutelwoord hierbij is houding. Bijv. stimuleren, schouderklopje geven. Bij de één zal het accent op taakgericht aspect liggen en de ander is meer relatiegericht.
Leiderschapstypen:
Autoritaire leider: sterk taakgericht, houdt van discipline, duldt geen tegenspraak, geeft duidelijke opdrachten, meestal zeer prestatiegericht.
Democratische leider: staat open voor kritiek en ideeën van anderen is sterk relatiegericht.
Intensieve leider: lijkt in veel opzichten op autoritaire leider, maar is meer relatiegericht. Probeert veel met emoties voor elkaar te krijgen.
Liberale leider: laat lln zelf initiatieven nemen, werkt niet schematisch, afhankelijk van de situatie zal hij zijn werkwijze aanpassen. Weinig taakgericht en niet sterk betrokken bij de resultaten.
Zakelijke leider: pakt de zaken goed en logisch aan, staat open voor andere meningen en geeft veel informatie, is sterk taakgericht, maar mist de persoonlijke betrokkenheid.
Leidinggevend gedrag wordt bepaald door vele factoren. Als enkele factoren zich wijzigen, zal ook ons leidinggevend gedrag veranderen (moeten).